MenuMenu

Waarom we de Bijbel zouden moeten lezen

...en welke redenen christelijke leiders kunnen hebben om dit niet te doen

Ted Olson

Augustinus ‘huilde, met kwelling en angst in zijn hart’ voordat hij het kon opbrengen Romeinen 13:13 en 14 te lezen. Wij denken vaak dat de Schrift andersom werkt: op zoek naar onderwijs, wijsheid of bemoediging lezen we de Bijbel. We lezen dan uitdagende woorden van Paulus: ‘Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. Omkleedt u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.’ Eerst worden we veroordeeld door de Schrift, dan bekeren we ons.

Dat is niet wat er gebeurt in het getuigenis van Augustinus, zoals opgeschreven in de Belijdenissen. Eerst was hij in paniek, toen hoorde hij een kind zingen: ‘Raap het op! Lees het! Raap het op! Lees het!’. Toen hij de stem gehoorzaamde en de woorden van Paulus las, ‘wilde ik niet verder lezen en het was ook niet nodig. Het moment dat ik het vers gelezen had overstroomden licht, opluchting en zekerheid mijn hart. Alle duisternis en vertwijfeling waren weg.’ Vervolgens bleef hij niet hangen in zijn spijt over hoelang het had geduurd voordat hij zich bekeerde. In plaats daarvan vertelde hij meteen aan zijn vriend Alypius en de moeder van zijn vriend
wat er was gebeurd.

Vaak gebruikt de Heilige Geest de Schrift inderdaad om ons te wijzen op onze zonde en dat maakt ons onzeker. De Schrift is tenslotte 'van God ingegeven en nuttig om te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in rechtvaardigheid.' (2 Tim 3:16) Ook staat er: elke bestraffing schijnt op het moment zelf geen reden tot blijdschap te zijn, maar tot droefheid. Maar later geeft zij hun die erdoor geoefend zijn een vreedzame vrucht van gerechtigheid'. (Hebreeen 12:11)
Toch lijken mijn ervaringen met het lezen van bovennatuurlijk overtuigende passages van de Schrift op die van Augustinus. Als ik de schrift een tijdje niet heb gelezen, ga ik hem zien als een boek waar ik ongemak of beangstiging zal tegenkomen. Ironisch genoeg zijn schuldgevoelens over het niet lezen van de Bijbel vaak ongemakkelijker dan het lezen van veeleisende bijbelgedeelten die bijzonder van toepassing lijken op mijn situatie van dat moment.

Afgeleid en vermoeid
Christelijke leiders hebben hun eigen verleidingen om de Bijbel niet te lezen. Deze verschillen van die van jong-gelovigen. Velen van ons zijn al zo bekend met de Schrift, dat we ons niet meer geïntimideerd voelen door de omvang ervan of dat we niet kunnen kiezen wat te lezen. Wij raken juist gemakkelijk afgeleid omdat we al weten wat er in onze Bijbel staat. Het kan dan heel moeilijk zijn om een passage als nieuw te lezen die je al uit je hoofd kent en nieuwsgierig te blijven naar een verhaal dat je al eens grondig bestudeerd hebt of waar we al eens over gepreekt hebben. En zo raakt de Bijbel zijn urgentie kwijt: waarom zou je nú de Bijbel lezen als er ook zoveel interessante nieuwe boeken zijn die de Bijbel relateren aan thema's die vandaag spelen?

Christelijke leiders zijn zich ook zeer bewust van de gevaren van een slechte manier van bijbellezen. We zijn alert op bewijslast. We zijn argwanend ten aanzien van mensen die beloften aan Israël misbruiken als garantie voor hun eigen gezondheid, geluk of veiligheid. We weten dat de Schrift is bedoeld voor het leven van de gemeente en niet voor individuele momenten van persoonlijke vroomheid. We vragen ons af: is het lezen van 'stukjes' wel zo'n goed idee terwijl het héle, grote verhaal juist de boodschap van God in Jezus Christus vertelt. En aangezien ik dat verhaal al ken, moet ik dan echt vanmorgen weer dat stuk uit 1 Korinthe opnieuw lezen? Er is nog zoveel te doen!

Gewoon tóch doen
De invloed van dit soort verleidingen en gedachten is het kleinst wanneer ik de Bijbel gewoon léés. Niet dat ik tijdens het lezen altijd overspoeld wordt door zekerheid. Maar ik heb ondekt dat ik het meest hongerig ben naar het Woord wanneer ik het Woord lees. Een deel hiervan is zonder twijfel de psychologie achter een gewoonte. Maar voor een ander deel is de Schrift ook levend en actief (Hebr 4:12). En hoe meer ik erken dat de Schrift er is voor de Gemeente van Christus, hoe meer de Geest zijn licht laat schijnen op die dingen die  tot mij persoonlijk spreken, hier en nu.

Liefdesbrief
Zoals Soren Kierkegaard herhaaldelijk betoogt: de Bijbel is meer een liefdesbrief dan dat onze commentaren en preken zouden doen vermoeden'. Hij spreekt tot mij, Hij spreekt óver mij.' Ergens anders herinnert de Deense filosoof ons eraan dat het God is die Zijn Woord als een geschenk heeft gegeven er ons meteen te hulp schiet wanneer we ook maar de minste interesse tonen om het te lezen. En hij is altijd dáár om ons te helpen wanneer we ernaar streven om ernaar te handelen. Hij is het die in de tuin zingt: ‘Raap het op! Lees het!’ Ontvlucht de duisternis van je aarzeling en lees het!

Ted Olson, Christianity Today, 2019
Vertaling: ETZ | de Schuilplaats