De Nadere Reformatie in Nederland ontstond aan het eind van de 16e en begin 17e eeuw als een beweging binnen de Gereformeerde Kerk, geïnspireerd door het Engelse en Schotse puritanisme. Zij streefde naar een diepere toepassing van de Reformatie in het persoonlijke leven, waarbij zowel geloofskennis als heilig gedrag centraal stonden. Belangrijke figuren zoals Gisbertus Voetius en Wilhelmus à Brakel benadrukten catechese, prediking en praktische godsvrucht in gezinnen en gemeenten. De beweging verspreidde zich door heel Nederland via boeken, preken en onderwijs en beïnvloedde zowel geestelijk leven als kerkelijke structuren. Zo legde de Nadere Reformatie de nadruk op een levend, oprecht geloof dat niet alleen theoretisch werd beleden, maar zichtbaar werd in het dagelijkse handelen van de gelovigen.